| DE KALENDERAANWIJZING BIJ COMTOISEKLOKKEN 4 |
| Het volgende artikel is met toestemming van de auteur Bernd Deckert, overgenomen uit ‘Die Geschickte der Comtoise Uhren, boek 1 (fotoboek) en boek 2 (tekstboek), 1e druk 2008 en 2009, Comtoise Uhren Museum, Düsseldorf. Vertaald en bewerkt voor plaatsing in het Rikketikmagazine door P.J. Plesman |
|
Het werk van een Haut-Saône Comtoise
met kwartierslag op twee gewichten. De
kwartieren worden geteld op een uitgebreid
trappenrad gemonteerd op de minuutpijp.
De klok geeft de dagen van de week en de
maand aan en de fasen van de maan. Verder
de maanden van het jaar. Het werk loopt
afhankelijk van de ophanghoogte drie tot vijf
maanden ± 1770. Bij Siegfried Bergmann vinden we voorbeelden op de pagina’s 122. afb.80, 459 en 416. Ook in de broschure van ‘Met de Franse slag’ is op de pagina 24, afb.32 een maanfase Comtoise afgebeeld. Extreem zelden is tenslotte de derde mogelijkheid van de maanfase-aanwijzing door een kogel. Mij zijn uit de literatuur slechts 2 voorbeelden bekend: Bij Maitzner/Moreau vinden we op de blz.317 tot 320, afb.355 tot 360 en op de blz.324, afb. 363 en 364, een Comtoiseklok met een dergelijke kogel afbeelding. Deze bij MM afgebeelde en beschreven klok wijst gelijktijdig de equator aan, waarover in een apart hoofdstuk wordt geschreven (klok met equator BD nr.282 fotoboek 1). Bij Ton Bollen is op fotopagina 21. nog een Comtoiseklok afgebeeld, die bovendien nog maand, weekdag en datum aanwijst. DE REPUBLIKEINSE KALENDER In de Franse Revolutietijd werd de gregoriaanse kalender door de zogenoemde republikeinse kalender vervangen. Maar waarschijnlijk dezelfde mensen die deze kalender in Frankrijk hadden ingesteld, konden niet aan deze kalender wennen, met name niet alleen de dagen van de week veranderde, maar ook het decimaalstelsel werd ingevoerd. De algemene loop van een jaar, d.w.z. het organiseren van het sociale leven volgens de gregoriaanse kalender was voor mensen in de 18e eeuw in Frankrijk een veel te grote stap, zodat de nieuwe kalender en andere betaalvormen niet werden geaccepteerd. Eigenlijk begon de Franse Revolutie niet op 14 juli 1789, maar reeds eerder door een intellectuele afkeer van het oude bewind in denkwijzen, brieven en publicaties. Zo ontstond ook de republikeinse kalender niet eerst in het jaar 1793 door de Nationale Conventie ingestelde commissie, maar was ook eerder in hoofdlijnen onderdeel van deze intellectuele afkeer geweest. In de ‘Almanak van het decente volk’ namelijk, gepubliceerd in januari 1788, beschrijft de auteur Pierre Sylvain Maréchal (1750–1803) voor de eerste keer een nieuwe kalender die 12 maanden met telkens 30 dagen zou hebben, de afzonderlijke maanden in 3 decades van 10 dagen indeelde en aan het einde van het jaar 5 extra dagen toevoegde. De maanden kregen nieuwe namen en i.p.v. de Christelijke heilige dagen werden de afzonderlijke dagen representief voor waardige personen, b.v. filosofen, wetenschappers, dichters, weldoeners voor de mensheid enz. De jaren zouden als jaar 1 etc. de heerschappij van het gezonde verstand worden (L’an premier etc. du règne de la raison - De premier etc. van de regering van het verstand). De publicatie van de almanak leverde de schrijver 3 maanden gevangenisstraf op en zijn boeken werden verbrand. Na 14 juli 1789 werd deze tekst het incunabele (allereerste) revolutionaire denken. Maréchal zelf, die als één der radicaalste sociaal atheïsten geldt, schreef in het jaar 1794 zijn ‘Manifeste des égaux’ - ‘Manifest van gelijken’. Hierin maakte hij een einde aan de bestaande orden die hij door een natuurlijke en met rede begaafde vervangen wilde, waarbij er geen privé eigendommen meer waren, alle goederen rechtvaardig verdeeld werden en waar iedereen werkte. Na de 14 juli 1789 tot aan het begin van de officiële rechtsgeldigheid van de revolutionaire (republikeinse) kalender in het jaar 1793, werden de burgerlijke staatsvorm, de bestaande monarchie, met meerdere tijdsberekeningen geconfronteerd. A. De gregoriaanse kalender goldt nog steeds, men schreef de jaren 1789-1792. B. Na de bestorming van de Bastille, op 14 juli 1789, begon men de jaren als jaren van vrijheid te tellen. Het eerste jaar van de vrijheid (L’an premier de la liberté) duurde echter slechts van 15 juli 1789 tot en met 31 december 1789. Op 1 januari1790 begon het tweede jaar van de vrijheid (L’an deux de la liberté). De jaren van vrijheid waren in overeenstemming met de jaren van de gregoriaanse kalender. De jaren van vrijheid hadden de Fransen dagelijks letterlijk in de hand, want op de munten was naast het gregoriaanse jaar ook het jaar van de vrijheid ingestempeld. C. Op 10 augustus 1792 tenslotte, had de Revolutionaire gemeenteraad van Parijs de Tuilerieën ‘aangevallen’ (paleis waar Napoleon 1 woonde), door van de wetgevende Nationale Conventie (voorloper van de nationale vergadering) het afzetten van de in functie zijnde heerser Lodewijk XVI af te dwingen. Het officiële publiciteitsorgaan van de staat, de Monitor, dateerde vervolgens sommige uitgaven met het jaar van de vrijheid (L’an de la liberté), maar ook het jaar van de gelijkheid (L’an de la égalité). Het eerste jaar van de gelijkheid eindigde dan ook op 31-12-1792. D. Toen op 22 september 1792 de wetgevende de Nationale Conventie tot het opheffen van het koningsschap besloot, ontstond daarmee gelijktijdig Frankrijk als republiek. Op dezelfde dag nog werd tot een nieuwe tijdsberekening besloten, want de jaren werden nu als jaar 1. etc. van de republiek geteld. Als motivatie voor deze tijdsberekening werd zelfs de astronomie erbij gehaald, doordat het heette “Op dezelfde dag om 9h, 18 min. en 30 sec. (plaatselijke tijd van het observatorium in Parijs) kwam de zon in de ware equinox** (zie deel 6)) aan en veranderde in het dierenriemteken waag. De equinox toonde zich op hetzelfde moment aan de hemel, waarbij door de representanten van het Franse volk de civiele en moralistische gelijkheid geproclameerd werd, overeenkomstig de geweide grondbeginselen van de nieuwe regering”. ** Equinox of dag-en-nachtevening. De beide equinoxen zijn het lentepunt en het herfstpunt, ook wel voorjaars- resp. herfstnachteveningspunten geheten, omdat wanneer de zon in één van deze punten staat, dag en nacht even lang zijn (dag-en-nachtevening). T.g.v. de verplaatsing van de nachteveningspunten op de cirkel aan de hemel die de zon in één jaar doorloopt in de richting van oost naar west verschuiven de equinoxen jaarlijks ca. 50º westwaarts langs de hemelequator. De verwarring was nu compleet, want er bestonden nu 4 verschillende tijdsberekeningen naast elkaar. Het jaar 1792 van de Christelijke gregoriaanse kalender was zowel het 4e jaar van de vrijheid, het 1e jaar van de gelijkheid als het 1e jaar van de republiek. Het jaar 1e van de republiek eindigde vervolgens op 31-12-1792. Het jaar 2e jaar van de republiek begon op 1 januari 1793. Deze vier parallel gebruikte tijdsberekeningen zorgden voor veel problemen in het dagelijkse leven, zoals dat zonder veel moeite is voor te stellen. Ook waren ze niet geschikt om het maatschappelijke bewustzijn van mensen blijvend te beïnvloeden of misschien een republikeinse gezindheid te helpen ontwikkelen. De Christelijke gregoriaanse kalender bepaalde bovendien het dagelijkse leven van mensen, aangezien in de loop van het jaar de Christelijke feestdagen, bepaald door de paasdagen, vast lagen. Het verlangen naar een wezenlijk, in de revolutionaire tijdgeest passende vernieuwing, werd in de vorm van een petitie bij de Nationale Conventie ingediend. De Nationale Conventie zette een commissie in voor het uitwerken van een ‘Revolutionaire kalender’, waarvan de voorzitter Gilbert Romme (1750–1795) als oorspronkelijke opsteller van deze nieuwe kalender geldt. De publicaties van Sylvain Maréchals met de daarin aanwezige voorstellen voor een nieuwe kalender waren hem ongetwijfeld bekend en konden als basis dienen die toen verder ontwikkeld werd. Op 5 oktober 1793 werd de kalender in Frankrijk ingevoerd. Aangezien het begin van de herfst toen op 22 september viel en dag en nacht even lang waren, werd bepaald dat met terugwerkende kracht vanaf 22-09-1792, dit het begin van de nieuwe kalender was. De 22e september 1792 was immers de dag van het uitroepen van de Republiek. De jaartelling zou vanaf 1792 als jaar X van de republiek geteld worden. In plaats van de 7 dagen durende week, traden er dekaden in van elk 10 dagen, 3 dekaden betekende één maand, zodat iedere maand 30 dagen had. De 10e dag werd rustdag en beantwoordde daarmee aan de vroegere zondag. Na het einde van de laatste maand volgde dan 5 dagen die ‘Les-sans-culottides’ dagen werden genoemd. Met de term sansculotten werden de handwerkslieden, kleine handelaren, winkeliers, dagloners, daklozen en stedelijke armen aangeduid. Zij droegen geen kniebroek (waren dus sans culotte = zonder kniebroek) zoals de gegoede burgerij in die tijd. Na juni 1792 kreeg de term ook een politieke lading en werd al spoedig speciaal gebruikt voor de meest radicale revolutionaire elementen onder het volk. Internationaal was het een spotnaam voor de Franse soldaten uit de tijd van de Eerste Republiek. Elke 4 jaar was er dan als schrikkeldag, de 6e zonder kniebroekdag. Deze 5 c.q. 6 sansculottides aan het einde van het jaar behoorden tot geen enkele maand, telden niet mee bij renteberekening, bij opschorting van vonnissen en dergelijke en waren rustdagen / feestdagen, gewijd aan Deugd, Vernuft, Werkzaamheid, Gezindheid en Beloning en hebben ook geen decaden benaming. Daarom kon men ook niet van 36½ dekaden spreken, wat een jaar betekend, maar alleen van 36 dekaden en 5 of soms 6 extra dagen. Wordt vervolgd |